Algemeen
![]()
nederlandse naam: Suikereekhoorn, Sugarglider
latijnse naam: Petaurus breviceps
herkomst: oost en noord Australië(sommige in zuid Australië)en op de eilanden in de buurt, Tasmanie en Papua New Guinea.
Ze leven in allerlei soorten bossen maar hun voorkeur gaat uit naar open bossen waar genoeg ruimte is om te zweven.
lichaamslengte: 10-20 cm
staartlengte: 15-20 cm
gewicht: man:115-160 g vrouw:100-135 g
geslachtsrijp: 7-10mnd
draagtijd: 15-17 dgn
aantal jongen: 1-3 heel soms 4
ogen open: 80 dgn na geboorte of 10 dgn o.o.p.(out of pouch)
zoogtijd: 60-70 dgn in de buidel
levensverwachting: 9 jaar in het wild ; 12 jaar in gevangenschap
![]()
Bijzonderheden
![]()

Bijzonder aan dit dier is toch wel dat het een buideldier is.
De buidel zit verticaal over de buik i.p.v. horizontaal zoals bij de kangoeroe. Dit om te voorkomen dat de jongen eruit vallen tijdens het klimmen en zweven en op deze manier heeft ze 2 zakken aan beide kanten.
Natuurlijk is de zweefhuid tussen voor- en achterpoot ook heel bijzonder waardoor dit dier kan zweven.
Subsoorten
Er zijn 7 subsoorten van de Petaurus breviceps.
Het onderscheid wordt met name gemaakt door het gebiedt waar ze leven en het
uiterlijk.
Petaurus breviceps longicaudatus: in Queensland,
Petaurus breviceps tafa: in Owen Stanley Range, Papua Nieuw Guinea,
Petaurus breviceps biacensis: op Biak Island en West Irian.
Petaurus breviceps breviceps: van Tasmania tot ten zuiden van de Tropic of Capricorn. De dichtheid kan gaan tot 10 dieren per hectare als de condities goed zijn.
Met name de papuanus en flavidus worden hier gehouden. Ze zijn er in bruine en grijze varianten. Een enkele keer kom je de ariel tegen.
![]()